Het microbioom en chronische pijn: wat we (niet) weten


Het menselijk darmmicrobioom – de verzameling bacteriën in je darmen – lijkt verband te houden met chronische wijdverspreide pijn.

Maar of die bacteriën pijn veroorzaken of dat pijn je bacteriën verandert, weten we nog niet zeker.

microbioma


Wat vonden onderzoekers?


Een groot onderzoek bij Britse tweelingvrouwen (Freidin et al., 2020) vond dat mensen met chronische wijdverspreide pijn:

  • Minder diverse darmbacteriën hadden

  • Specifiek minder Coprococcus comes- bacteriën hadden



Dit patroon kwam ook terug in kleinere studies bij fibromyalgiepatiënten. Sommige studies vonden ook lagere waarden van butyraat en propionaat – stoffen die "goede" darmbacteriën produceren.

Hoe sterk is het bewijs?



Het onderzoek gebruikte gegronde methodes: veel controledeelnemers (1.623), correctie voor verstorende factoren zoals BMI en dieet, en genetische analyses om causaliteit te testen.

Maar daar stuiten we op iets interessants: die genetische analyse (Mendelian randomization) ondersteunde geen causaal verband voor C. comes. De bacterie was wel verlaagd, maar dat betekent niet automatisch dat dit verlies pijn veroorzaakt.

Het probleem met causaliteit


Stel je voor: je vindt dat mensen met chronische pijn gemiddeld minder kilometers hardlopen. Komt de pijn door het niet-hardlopen, of loop je minder omdat je pijn hebt? Dat onderscheid is cruciaal.

Bij microbioomonderzoek zien we hetzelfde probleem. Studies meten meestal op één moment in de tijd. Er hangt niet een continue meting in de darmen van de studiepersonen.

Ze kunnen dus niet beantwoorden of dysbiose (verstoorde bacteriebalans) voorafgaat aan pijn of eruit volgt.

Experimentele hints


Eén opvallend onderzoek (Cai et al., 2023, nog niet peer-reviewed) transplanteerde darmbacteriën van fibromyalgiepatiënten naar bacterievrije muizen. Die muizen ontwikkelden pijnovergevoeligheid. En bij een kleine groep patiënten leek transplantatie van gezonde darmbacteriën pijn te verminderen.

Dit suggereert een causale rol – maar het is voorlopig bewijs, uit één klein experiment.

Waarom variëren de bevindingen?


Studies gebruiken verschillende methodes:

  • 16S-sequencing (taxonomie-gericht, dat wil zeggen wie, wat , waar is aanwezig) versus shotgun metagenomics (functioneel, wat doen ze)

  • Verschillende definities van "chronische pijn"

  • Verschillende populaties (alleen vrouwen versus gemengd)



Eén studie vond zelfs geen verband tussen microbioomdiversiteit en fibromyalgie (Weber et al., 2021).

Wat betekent dit voor mechanismen?


Het darmmicrobioom kan pijn beïnvloeden via:

  • Metabolieten: butyraat en propionaat moduleren ontstekingsprocessen en kunnen neuronale activiteit beïnvloeden

  • Galzuren: recent onderzoek (Jakobsson et al., 2024) vindt verbanden tussen door bacteriën geproduceerde galzuren, auto-antilichamen en mentaal welzijn bij fibromyalgie

  • Immuunsignalering: dysbiose kan systemische laaggradige ontsteking onderhouden

  • Darm-brein-as: bacteriële stoffen kunnen via nervus vagus en bloedcirculatie het centrale zenuwstelsel bereiken

Maar geen enkele specifieke bacteriesoort is de "boosdoener". Het patroon lijkt complex en taxon-specifiek.

Wat is nu de werkelijke stand van zaken?


Het bewijs suggereert een associatie tussen darmdysbiose en chronische pijn. Die associatie is niet toevallig – te veel onafhankelijke studies vinden vergelijkbare patronen.

Maar causaliteit is nog onbewezen. We weten niet:
Of dysbiose pijn veroorzaakt
Of pijn (via stress, verminderde activiteit, veranderd eetpatroon) dysbiose veroorzaakt
Of beide factoren een gemeenschappelijke oorzaak hebben
Welke specifieke bacteriële functies relevant zijn

Waarom nuance ertoe doet


In een goedbedoelde publicatie waarin de eerste studie werd besproken, las ik laatst als een van de hoofdbevindingen  : "Coprococcus comes - a bacterium with anti-inflammatory properties - was notably depleted."

Dat klinkt helder en goed toepasbaar. Maar kijk wat er verloren gaat:

Wat de originele studie eigenlijk vond:
Coprococcus comes was inderdaad verminderd aanwezig (Padj = 3.04e-03).  Maar de Mendelian randomization (genetische analyse) van dezelfde studie ondersteunde geen causaal verband

"Anti-inflammatory properties" suggereert een bewezen mechanisme – terwijl we alleen weten dat C. comes butyraat kan produceren, niet of de verminderde aanwezigheid functioneel relevant is

Andere MR-studies vonden andere bacteriegroepen, wat suggereert dat geen enkele soort "de" verklaring is

Wat er verder bij die goedbedoelde publicatie over de studie stond:
Verdere hoofdbevindingen:
"Links to diet, stress, and socioeconomic factors" – dat was niet onderzocht in deze studie
"High-fat diets associated with reduced diversity" – algemene kennis, dit was geen bevinding van dit besproken onderzoek.

Dit is geen kritiek op de auteur van de publicatie  – het illustreert hoe gemakkelijk nuance verdwijnt wanneer we onderzoek willen vertalen naar praktijk.

Waarom deze nuances uitmaken:
Voor professionals die dit lezen ontstaat de indruk dat Coprococcus comes causaal relevant is, wat kan leiden tot onnodige focus op "darmsanering" interventies.
Voor patiënten kunnen verwachtingen over probiotica of dieetinterventies ontstaan die niet evidence-based zijn.

Als professionals moeten we precies daar extra alert zijn: check de primaire literatuur, zoek naar causaliteitsanalyses, let op het verschil tussen associatie en causatie, en integreer systematische reviews – niet alleen single studies.

Wat is nodig voor betere antwoorden?


Systematische reviews concluderen allemaal hetzelfde: het gebied is ontwikkelend, niet in steen gebeiteld.

Om van associatie naar causaliteit te komen hebben we nodig:

  • Longitudinale studies die mensen volgen vóór en na pijnontwikkeling

  • Gestandaardiseerde fenotypering van patiënten

  • Shotgun metagenomics gecombineerd met metabolomics (=meten van metabolieten, wat er echt rondgaat in een systeem)

  • Gerandomiseerde interventies (FMT (=poeptransplantaties), specifieke probiotica) met adequate blindering



Tot die studies er zijn, blijft de microbioom-pijn-relatie een intrigerend patroon zonder sluitend mechanistisch verhaal.

Cai, W., Haddad, M., Haddad, R., Kesten, I., Hoffman, T., Laan, R., Wong, C. W., Brown, N., Tansley, S. N., Lister, K., & Hooshmandi, M. (2023). Gut microbiota promotes pain in fibromyalgia. bioRxiv. https://doi.org/10.1101/2023.10.24.563794


Chen, J., Luo, X., Wang, L., Luo, Y., Deng, X., Tian, Y., Qiao, L., Sun, G., Maes, M., & Zhang, X. (2024). The causal connections between gut microbiota and chronic pain and pain phenotypes through the gut-brain axis: A Mendelian randomization study and mediation analysis. https://doi.org/10.1101/2024.09.28.24314553


Freidin, M. B., Stalteri, M. A., Wells, P. M., Lachance, G., Baleanu, A.-F., Bowyer, R. C. E., Kurilshikov, A., Zhernakova, A., Steves, C. J., & Williams, F. M. K. (2020). An association between chronic widespread pain and the gut microbiome. Rheumatology, 60(8), 3727–3737. https://doi.org/10.1093/RHEUMATOLOGY/KEAA847


Gonzalez-Alvarez, M., Sánchez-Romero, E. A., Turroni, S., Fernández-Carnero, J., & Villafañe, J. H. (2023). Correlation between the Altered Gut Microbiome and Lifestyle Interventions in Chronic Widespread Pain Patients: A Systematic Review. Medicina-Lithuania, 59(2), 256–256. https://doi.org/10.3390/medicina59020256


Jakobsson, J. E., Carlsson, H., Erngren, I., Menezes, J., Krock, E., Hunt, M. A., Sohlin, J. T., Al-Grety, A., Sándor, K., Kosek, E., & Svensson, C. I. (2024). Microbially produced bile acids are associated with high levels of IgG autoantibodies and worse mental wellbeing in fibromyalgia subjects. https://doi.org/10.1101/2024.10.17.618791


Kim, Y., Kim, G.-T., & Kang, J. (2023). Microbial Composition and Stool Short Chain Fatty Acid Levels in Fibromyalgia. International Journal of Environmental Research and Public Health, 20(4), 3183–3183. https://doi.org/10.3390/ijerph20043183


Leong, P., & Shi, L. (2025). Gut Microbiota in Adults with Chronic Widespread Pain: A Systematic Review. Diseases, 13(9), 299–299. https://doi.org/10.3390/diseases13090299


Minerbi, A., Brereton, N. J. B., Anjarkouchian, A., Moyen, A., Gonzalez, E., Fitzcharles, M.-A., Shir, Y., & Chevalier, S. (2022). Dietary Intake Is Unlikely to Explain Symptom Severity and Syndrome-Specific Microbiome Alterations in a Cohort of Women with Fibromyalgia. International Journal of Environmental Research and Public Health, 19(6), 3254–3254. https://doi.org/10.3390/ijerph19063254


Minerbi, A., Gonzalez, E., Brereton, N. J. B., Anjarkouchian, A., Dewar, K., Fitzcharles, M.-A., Chevalier, S., Chevalier, S., & Shir, Y. (2019). Altered microbiome composition in individuals with fibromyalgia. Pain, 160(11), 2589–2602. https://doi.org/10.1097/J.PAIN.0000000000001640


Nawarathna, G., Fakhruddin, K. S., Shorbagi, A., & Samaranayake, L. P. (2023). The gut microbiota-neuroimmune crosstalk and neuropathic pain: a scoping review. Gut Microbiome, 4, 1–31. https://doi.org/10.1017/gmb.2023.7


Niu, M., Li, J., Sarafian, V., & Maes, M. (2024). A multi-omics bidirectional mendelian randomization study and meta-analysis on the causal relationship between gut microbiota, inflammatory proteins, and fibromyalgia. https://doi.org/10.1101/2024.09.13.24313599


Wang, Z., Jiang, D., Zhang, M., Teng, Y., & Huang, Y. (2024). Causal association between gut microbiota and fibromyalgia: a Mendelian randomization study. Frontiers in Microbiology. https://doi.org/10.3389/fmicb.2023.1305361


Weber, T., Tatzl, E., Kashofer, K., Holter, M., Trajanoski, S., Berghold, A., Heinemann, A., Holzer, P., & Herbert, M. K. (2021). Fibromyalgia-Associated Hyperalgesia and Psychopathological Alterations are Unrelated to Gut Microbiome Diversity. https://doi.org/10.21203/RS.3.RS-434221/V1

 © 2026 Marjos Verbeek - HC Medical Services