De tour 2011. In de negende etappe, tussen Issoire en Saint-Flour, zat Hoogerland samen met Flecha, Voeckler, Casar en Luis Leon Sanchez mee in een goede ontsnapping in de middengebergterit. De vijf zouden strijden om de dagzege én Hoogerland verzekerde zich onderweg van de bollen, maar een volgauto van de Franse tv zorgde voor een onwaarschijnlijke ontknoping. De auto wilde de kopgroep inhalen, week uit voor een boom (want die steken in Frankrijk altijd over) en raakte daarbij Flecha. Deze kwam ten val en nam daarbij Hoogerland mee.
De Nederlander belandde in het prikkeldraad, en liep stevige snijwonden op. De beelden gingen de wereld over. Hij beet door. Hij ontvouwde zich uit het weiland en met benen vol bloed reed hij de rit uit. Samen met Flecha kreeg hij de prijs van de strijdlustigste renners, hij kreeg ook de bolletjes trui, maar op het podium kon hij zijn zijn tranende moeite bedwingen.
33 hechtingen kreeg hij in zijn lichaam, waardoor zijn Tour-ambities wat op een lager pitje moesten. Eenmaal uit het ziekenhuis sprak hij de woorden: “Na de rustdag gaan we gewoon weer fietsen, een Zeeuw krijg je er niet zo snel onder.” Hoogerland reed die Tour uit.

Zo zijn er veel beroemde verhalen over topsporters. Topsporters lijken een bijna mythische relatie met pijn te hebben. Ze spelen door met blessures, lopen marathons met stressfracturen en winnen wedstrijden terwijl “alles pijn doet”.

Dit roept vaak twee misverstanden op:
1. Zij voelen minder pijn dan gewone mensen
2. Als zij het kunnen negeren, zouden wij dat ook moeten kunnen
Beide aannames kloppen niet
Juist de manier waarop topsporters met pijn omgaan, leert ons veel over hoe pijn écht werkt.
Pijn ≠ schade
Een belangrijk uitgangspunt, zowel in de sportgeneeskunde als in de pijnwetenschap, is dat pijn geen directe maat is voor weefselschade.
Bij topsporters zien we regelmatig:
* Ernstige structurele afwijkingen zonder pijn
* Hevige pijn zonder relevante schade
Dit komt doordat pijn geen signaal uit het lichaam is, maar een beslissing van het brein, gebaseerd op
* sensorische input
* eerdere ervaringen
* context (wedstrijd, publiek, beloning)
* verwachtingen en overtuigingen
Bij een WK-finale beoordeelt het brein risico’s anders dan bij het opstaan uit bed op maandagochtend.
Waarom topsporters dan soms wel “door de pijn heen” kunnen?
Topsporters hebben geen superieure pijndrempel, maar wel een andere pijncontext:
* Duidelijk doel: winnen, kwalificatie, contract
* Tijdelijkheid: “nog 10 minuten”
* Veiligheid: medische begeleiding en monitoring
* Betekenis: pijn = prestatie, niet bedreiging
Deze factoren verlagen de dreiging die het brein aan pijn toekent. Minder dreiging betekent vaak: minder pijn.
De keerzijde: chronische pijn na de carrière
Veel (oud-)topsporters ontwikkelen juist chronische pijnklachten na hun actieve loopbaan.
Mogelijke verklaringen:
* Jarenlang trainen en presteren ondanks pijn
* Normaliseren van pijnsignalen
* Identiteit sterk gekoppeld aan prestatie
* Wegvallen van structuur, doel en context
Het brein dat jarenlang heeft geleerd “pijn negeren = noodzakelijk”, kan moeite krijgen met het opnieuw reguleren van pijn in het dagelijks leven. Daarnaast speelt de soort sport ook een belangrijke rol. American Football met het idiote hoog-energetisch trauma karakter geeft 80% post carriere chronische pijnklachten. Bepaalde olympische duursporten waar er onevenredig veel belasting op de gewrichten was, geeft later ook een verhoogde kans op osteoartritis (https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8325735/).
Let wel: ook hier geldt alles met mate: hardlopers (met mate) hebben de sterkste knieeen : een Systematische review en meta‑analyse (J Orthop Sports Phys Ther 2017) onder 125000 hardlopers liet zien dat de prevalentie van heup‑/knie‑artrose was 3,5 % bij recreatieve lopers, 10,2 % bij sedentairen en 13,3 % bij competitieve lopers . Dus alles met mate.
Wat mensen met chronische pijn níét hoeven over te nemen van topsporters
Een veelgehoorde boodschap is: “Je moet er doorheen”. Dat is zelden helpend en vaak schadelijk.
Wat niet werkt:
* Pijn wegdrukken
* Jezelf onterecht vergelijken met topsporters
* Schuld of falen koppelen aan pijn
Chronische pijn vraagt geen heroïek, maar veiligheid, begrip en hertraining van het pijnsysteem.
In de spreekkamer hoor ik heel soms:
“Ik moet gewoon harder zijn.”
“Ik moet me niet zo aanstellen.”
Dat idee komt rechtstreeks voort uit het beeld van de topsporter die altijd doorzet. Maar bij chronische pijn werkt die strategie vaak averechts. Zonder duidelijke einddatum en zonder veilige context wordt “doorbijten” voor het brein juist een reden om het alarmsysteem harder te laten afgaan. Niet omdat iemand faalt, maar omdat het systeem zijn werk doet.
Wat we wél kunnen leren van topsporters
Er zijn wel degelijk waardevolle lessen:
Niet het gedrag van topsporters is het voorbeeld, maar wat hun situatie laat zien:
* pijn wordt beïnvloed door betekenis
* veiligheid vermindert pijn
* voorspelbaarheid kalmeert het zenuwstelsel
* vertrouwen in het lichaam doet ertoe
Dat zijn precies de principes waarop moderne pijneducatie en behandeling zijn gebaseerd.
Conclusie
Topsporters laten niet zien dat pijn onbelangrijk is. Ze laten zien hoe krachtig context is. Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet te vergelijken met een marathonloper of profvoetballer, maar kan beginnen met iets veel zinvollers:
het pijnsysteem weer leren dat het veilig is.

Hieronder staan de referenties, mocht je er meer over willen lezen over chronische pijn en sport
:
Referenties
1. Moseley GL, Butler DS.
Fifteen years of explaining pain: the past, present, and future.
J Pain. 2015;16(9):807–813. doi:10.1016/j.jpain.2015.05.005
2. Tracey I, Mantyh PW.
The cerebral signature for pain perception and its modulation.
Neuron. 2007;55(3):377–391. doi:10.1016/j.neuron.2007.07.012
3. Woolf CJ.
Central sensitization: implications for the diagnosis and treatment of pain.
Pain. 2011;152(3 Suppl):S2–S15. doi:10.1016/j.pain.2010.09.030
4. Fields HL.
How expectations influence pain.
Pain. 2018;159(Suppl 1):S3–S10. doi:10.1097/j.pain.0000000000001272
5. Tesarz J, Schuster AK, Hartmann M, Gerhardt A, Eich W.
Pain perception in athletes compared to non-athletes: a systematic review with meta-analysis.
Pain. 2012;153(6):1253–1262. doi:10.1016/j.pain.2012.03.005
6. Alentorn-Geli E, Samuelsson K, Musahl V, Green CL, Bhandari M, Karlsson J. The Association of Recreational and Competitive Running With Hip and Knee Osteoarthritis: A Systematic Review and Meta-analysis. J Orthop Sports Phys Ther. 2017 Jun;47(6):373-390. doi: 10.2519/jospt.2017.7137. Epub 2017 May 13. PMID: 28504066.
7. Louw A, Diener I, Butler DS, Puentedura EJ.
The effect of neuroscience education on pain, disability, anxiety, and stress in chronic musculoskeletal pain.
Phys Ther. 2011;91(10):1454–1467. doi:10.2522/ptj.20100161
8. Vlaeyen JWS, Crombez G, Linton SJ.
The fear-avoidance model of pain.
Pain. 2016;157(8):1588–1589. doi:10.1097/j.pain.0000000000000574
