Docere - onderwijzen. Het woord dokter komt van het Latijnse woord "docere" wat "onderwijzen" betekent. Ik denk dat het de verantwoordelijkheid is van alle dokters om hun kennis en vaardigheden te delen en door te geven.
 
Het immuunsysteem en chronische pijn: neuro-inflammatie, sensitisatie en therapeutische aanknopingspunten

Het immuunsysteem en chronische pijn: neuro-inflammatie, sensitisatie en therapeutische aanknopingspunten

Voor wie dieper wil begrijpen hoe immuunactivatie pijn kan aanzetten én in stand houden: een nerd-out

 “Het immuunsysteem en chronische pijn”

Stel je voor dat pijn altijd alleen maar een direct gevolg zou zijn van schade. Dan zou pijn vanzelf weer uitdoven zodra het weefsel herstelt. Maar dat is niet wat we bij chronische pijn zien. De pijn blijft. Soms maanden, soms jaren. Dat vertelt ons iets belangrijks: er is meer aan de hand dan schade alleen.

Bij chronische pijn ontstaat vaak een vicieuze cirkel waarin meerdere systemen elkaar blijven aanjagen. Niet één boosdoener, maar een samenwerking tussen:

  • het immuunsysteem in het perifere weefsel en rond zenuwen,
  • de pijnzenuwuiteinden (nociceptoren) die gevoeliger worden,
  • ontstekingsachtige processen in zenuwknopen, ruggenmerg en hersenen,
  • en uiteindelijk pijnnetwerken in het centrale zenuwstelsel die steeds sneller en harder reageren.

Als die lus er niet was, zou pijn simpelweg geen kans krijgen om chronisch te worden. Juist deze neuro-immuuninteractie wordt in de wetenschappelijke literatuur gezien als een kernmechanisme bij het ontstaan én het in stand houden van chronische pijn.


Eerste hoofdstuk: aan de rand van het lichaam, de ‘periferie’

Hoe immuuncellen pijnzenuwen ‘primen’

Na een letsel, infectie, aanhoudende stress of metabole ontregeling komen een hele serie aan immuuncellen in actie. Mestcellen, macrofagen, neutrofielen en T-cellen geven signaalstoffen af zoals bijvoorbeeld TNF-α, IL-1β, IL-6, prostaglandinen, chemokinen en NGF.

Die stoffen doen iets heel specifieks:

  • ze maken ionkanalen op pijnzenuwen gevoeliger,
  • ze kunnen spontane elektrische activiteit in zenuwen of het dorsale wortelganglion (DRG) uitlokken,
  • en ze kunnen zo de overgang van tijdelijke naar persisterende pijn in gang zetten.

Belangrijk is dat dit niet simpelweg betekent: meer ontsteking = meer pijn. Het gaat óók om welke mediatoren, waar ze vrijkomen en hoe lang ze actief blijven. Niet alleen de hoeveelheid mediatoren telt, maar ook de combinatie ervan, de lokatie en de timing.


Tweede hoofdstuk: dieper in het systeem

Glia als versterkers van pijn

Als die perifere signalen het ruggenmerg en de hersenen bereiken, komen andere spelers in beeld: microglia en astrocyten. Dat zijn geen ‘passieve ondersteuningscellen’ zoals ons nog in de collegebanken geleerd werd, maar zoals we nu weten: actieve deelnemers aan pijnverwerking.

Onder bepaalde omstandigheden schakelen die deelnemers over naar een pro-inflammatoire toestand. Ze geven stoffen af die synapsen prikkelbaarder maken en pijnbanen versterken. Zo wordt centrale sensitisatie ondersteund: pijn kan blijven bestaan, zelfs als het oorspronkelijke weefselprobleem al kleiner is geworden.

Een gezaghebbende review in Nature Reviews Neuroscience beschrijft deze microgliale routes—zoals purinerge signalering, cytokinen en BDNF-achtige effecten—en laat zien waarom dit therapeutisch interessant is, maar ook waarom de stap van diermodellen naar de mens complex blijft.
 – Inoue K, Tsuda M, Microglia in neuropathic pain: cellular and molecular mechanisms and therapeutic potential. Nature Reviews Neuroscience. 2018;19(3):138–152. . Dit is een klassiek en veelgeciteerde review over microglia als sleutelcel in centrale sensitisatie.

(Inoue & Tsuda, 2018).

In Anesthesiology werd verder uitgewerkt hoe neuro-inflammatie en centrale sensitisatie elkaar voeden, vooral bij chronische en wijdverspreide pijn.
– Ji RR, Nackley A, Huh Y, Terrando N, Maixner W. : Neuroinflammation and central sensitization in chronic and widespread pain. , Anesthesiology. 2018;129(2):343–366.
Het is een ‘gezaghebbend’ overzicht van perifere en centrale neuro-inflammatie en pijnchronificatie. Ze verwoordden wat pijnartsen in hun spreekkamers al jaren tegenkwamen.

Daarmee werd wetenschappelijk verwoord wat veel pijnartsen al jaren in de spreekkamer zagen.


Maar waarom gebeurt dit niet bij iedereen: waarom jij wel en de buurvrouw niet?

Waarom wordt pijn bij de één chronisch, en bij de ander niet?

Dat hangt samen met kwetsbaarheidsfactoren die deze immuun-pijn-lussen kunnen versterken, zoals:

  • een blijvende perifere prikkel (bijvoorbeeld artrose, zenuwletsel, endometriose),
  • ontregeling van de stress-as (HPA-as) en slaapverstoring, wat een pro-inflammatoire bias geeft,
  • (epi)genetische verschillen in immuunreactiviteit,
  • en mogelijk sekse-afhankelijke verschillen in glia- en immuunsignalering (duidelijk in preklinisch onderzoek, humaan bewijs is complex).

Het gaat dus niet om één oorzaak, maar om een samenspel van belasting en gevoeligheid.


En wat betekent dit voor behandeling?

Als je dit mechanisme begrijpt, ga je ook anders kijken naar therapieën.

A. Gericht op specifieke schakels

Anti-NGF bij artrose en chronische rugpijn

NGF (nerve growth factor) vormt een belangrijke brug tussen ontsteking en zenuwsensitisatie. Anti-NGF-therapieën zoals tanezumab laten pijnreductie zien bij artrose, maar veiligheidsproblemen—vooral gewrichtsgerelateerde bijwerkingen—hebben de toepassing beperkt.

Praktisch: relevant bij artrosepijn die onvoldoende reageert op standaardbehandeling, maar geen algemene oplossing voor chronische pijn.

B. Glia-modulatie

Low-dose naltrexone (LDN) bij fibromyalgie

LDN wordt vaak gezien als een neuro-immuun/glia-modulator. Een recente gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie in The Lancet Rheumatology (2024) onderzocht naltrexon 6 mg bij vrouwen met fibromyalgie en liet klinisch relevante effecten zien.

Praktisch: interessant bij wijdverspreide pijn, maar vragen over effectgrootte, responders en optimale selectie blijven onderwerp van onderzoek.

C. Immunomodulatie bij selecte subgroepen

IVIG bij refractaire CRPS

Bij een deel van CRPS-patiënten lijkt een immuun- of auto-immuuncomponent mee te spelen. Een RCT in Annals of Internal Medicine (2010) rapporteerde pijnreductie met IVIG bij refractaire CRPS.

Praktisch: dit is geen eerstelijnsbehandeling en past alleen bij zorgvuldige selectie in een specialistische setting.

D. Cytokineremming

TNF-α-remmers: belofte en beperking

TNF-α-remming is onderzocht in verschillende pijncontexten, met wisselende resultaten. Succes lijkt sterk afhankelijk van indicatie, toedieningsroute en diagnostische selectie.

Praktisch: logisch bij duidelijke inflammatoire pathologie (zoals reumatische aandoeningen), veel minder bij aspecifieke chronische pijn zonder aanwijzingen voor ontsteking.


Tot slot: de stille werkpaarden

‘Immuunvriendelijke’ basisinterventies

Zonder dat het echte immunotherapie is, zijn er interventies die het immuunsysteem vaak gunstig beïnvloeden én klinisch effectief zijn bij chronische pijn:

  • graded activity en oefentherapie (anti-inflammatoire myokinen, betere stressregulatie),
  • slaapinterventies (slaaptekort en pro-inflammatoire cytokinen versterken elkaar),
  • gewichts- en metabole optimalisatie (adipositas ↔ laaggradige inflammatie),
  • psychologische interventies (effect op stress, pijnnetwerken en indirect op het immuunprofiel).

Deze interventies vallen onder multimodale pijnrevalidatie, maar passen inhoudelijk perfect in hetzelfde oorzakelijke plaatje.


Klinische kapstok

Wanneer denk je extra aan een immuuncomponent?

Niet diagnostisch op zichzelf, maar als richtinggevend kader:

  • bekende inflammatoire aandoeningen (RA, IBD, psoriasis, spondyloartritis),
  • CRPS met uitgesproken autonome of ontstekingsachtige kenmerken,
  • pijn met duidelijke post-infectieuze start of systemische klachten,
  • comorbiditeit met auto-immuunfenomenen of immuundeficiëntie,
  • laboratorium- of beeldvormingsbevindingen die inflammatie ondersteunen—altijd in context geïnterpreteerd.

Samenvattend: (De welbekende ’take home message’)

• Immuunactivatie kan pijn “aanzetten” én “vastzetten” via perifere sensitisatie en centrale (glia-gedreven) neuro-inflammatie.


• Therapie werkt het best als je het mechanisme matcht met het pijntype: anti-NGF bij (een deel van) artrosepijn; LDN/“glia-modulatie” vooral bij wijdverspreide pijn; IVIG alleen bij selecte refractaire CRPS-subgroepen; cytokineremming vooral bij aantoonbare inflammatoire aandoeningen.